Inlooprisico en uitlooprisico

Omslagstelsel versus risicoselectie
Vanaf 1998 hebben werkgevers en verzekeraars ervaring kunnen opdoen met de systematiek van eigenrisicodragen. De meeste problemen die zich daarbij voordeden, betroffen het zogenaamde inloop- en uitlooprisico. Omdat alle werkgevers van rechtswege zijn aangesloten bij het UWV en het UWV een omslagstelsel kent, mag het UWV geen risicoselectie toepassen op werkgevers. Daarom draagt het UWV het volledige financiële risico van de betreffende wettelijke verzekering, totdat de werkgever besluit het risico zelf te gaan dragen (WGA) of totdat de wetgever besluit om de betreffende regeling volledig voor rekening van de werkgever te brengen (loondoorbetaling bij ziekte). Private verzekeraars mogen daarentegen wel selecteren. Dat heeft ertoe geleid dat de wetgever de (aspirant-) eigenrisicodrager voor de WGA heeft opgezadeld met een inlooprisico en een uitlooprisico.

Inlooprisico
Onder het inlooprisico vallen alle werknemers die ziek zijn geworden voordat de werkgever start met eigenrisicodragen. Als een werkgever besluit om eigenrisicodrager te worden met ingang van 1 januari 2009, vallen alle ziektegevallen die zijn aangevangen tussen 1 januari 2007 en 1 januari 2009 onder het inlooprisico. De eventuele WGA-uitkeringslasten die daaruit zouden kunnen voortvloeien, komen dus voor rekening van de eigenrisicodrager. De meeste verzekeraars willen daarentegen geen of in het beste geval slechts enkele maanden inlooprisico meenemen in hun (voorlopige) verzekeringsdekking. Werk¬gevers die eigenrisicodrager willen worden, zullen zich op dit punt dus goed moeten laten voorlichten en zelf ook duidelijk moeten maken aan hun verzekeringsadviseur dat er mogelijk sprake is van inlooprisico. Uiteraard hoeft niet iedere zieke werknemer een potentieel inlooprisico voor de WGA te vormen. Het gaat er immers om hoe dat risico er na twee jaar uit zal zien.

Onder het inlooprisico vallen ook de eventuele WGA¬uitkeringen die zijn aangevangen voor 1 januari 2009, en die nog geen tien jaar hebben geduurd. Onder het inlooprisico vallen niet de WAO-uitkering en ook niet de IVA-uitkering, want die uitkeringen worden bekostigd uit de basispremie WAO/ WIA.

Koopsom
Als sprake is van een concreet inlooprisico (een toegekende WGA-uitkering) of een potentieel inlooprisico (langdurig zieke werknemer) dat niet door de af te sluiten verzekering wordt gedekt dan zijn verzekeraars veelal bereid om dit extra risico tegen betaling van een koopsom mee te nemen in hun dekking, zo ook Fortis ASR. Als de verzekeraar daar niet toe bereid is, of de werkgever de koopsom voor het inlooprisico niet wenst te betalen verdient het aanbeveling om de werk¬gever te adviseren af te zien van eigenrisicodragen, dan wel de beslissing tot een later moment uit te stellen. De werkgever kan dan beter nog een tijdje bij het UWV blijven. De aanvraag om eigen risicodrager te worden kan immers ieder jaar voor 1 april en 1 oktober worden ingediend, en wellicht zijn de betreffende werknemers tegen die tijd hersteld.

WAO-, WAZ-, of Wajonguitkering
Werknemers met een gehele of gedeeltelijke WAO-, WAZ-, of Wajonguitkering vallen niet onder het inlooprisico. Bij toename van arbeidsongeschiktheid krijgen zij immers geen WGA, maar een hogere WAO-, WAZ-, of Wajonguitkering. Werknemers die recht hebben op de No Riskpolis Ziektewet,
komen bij eventuele instroom in de WGA niet voor rekening van de werkgever. Dit geldt ook voor werknemers van wie het dienstverband wordt beëindigd vóór het einde van de loondoorbetalingstermijn en die aansluitend een Ziektewetuitkering krijgen van het UWV.

Uitlooprisico
Op het moment dat een werkgever besluit terug te keren naar het publieke bestel (verzekeren via het UWV), gaat hij weer een gedifferentieerde WGA-premie betalen en blijven de kosten van eventuele reeds toegekende WGA-uitkeringen voor zijn rekening totdat de termijn van tien jaar is verstreken. Een sub¬stantieel risico, maar dat hoeft geen probleem te zijn wanneer de werkgever een zogenaamde eigenrisicodragersverzekering
heeft afgesloten bij een private verzekeraar. Een goede eigenrisicodragersverzekering, zoals die van Fortis ASR, bevat een volledige dekking voor alle uitkeringslasten die ontstaan tijdens de duur van het eigen-risicodragen en voor de duur van de afgesproken termijn van tien jaar. Dit is het zogenaamde uitlooprisico.

Zowel de werkgever/eigenrisicodrager als de verzekeringsadviseur dienen voor het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst duidelijke afspraken te maken, bij voorkeur schriftelijk, over het inloop-en uitlooprisico. Dat voorkomt veel ergernis en teleurstelling achteraf.